Petra, daar denkt iedereen aan als het over Jordanië gaat. Maar niet alleen cultuurliefhebbers maar ook natuurmensen worden rijkelijk bediend. Een rondreis vol afwisseling.
Zou er iemand zijn die Jordanië bezoekt maar Petra niet in het programma opneemt? Het in rotsen uitgehouwen bouwwerk fascineert me al vanaf de eerste keer dat ik er een foto van zag, vele jaren geleden inmiddels. Nog slechts enkele dagen scheiden mij van een persoonlijke ontmoeting met dit nieuwe zevende Wereldwonder. Maar op weg er naartoe passeren we enkele natuurreservaten en die schijnen ook zeer de moeite waard te zijn. Nog even geduld dus.
Wandelen in het Mujib reservervaat
Er zijn zandkleurige rotsformaties, pollen groene planten, rivierbeddingen en dieren in schutkleren. In de zomer zijn er in het Mujib reservaat diverse wandelingen mogelijk, al dan niet met gids. Afhankelijk van de tocht moet je soms waden door de rivier. De winter betekent regentijd en dan kan de rivier zomaar opeens veranderen van een lieflijk kabbelend stroompje in een woeste partij water. Daarom is wandelen door de rivierbeddingen dan verboden. Maar er is een alternatief, de Ibex-route die dwars door de bergen gaat. Een gids is onmisbaar, je verdwaalt in no-time in het uitgestrekte gebied.
Ibexen spotten in Mujib
De route verdient zijn naam want we wandelen nog geen vijf minuten of de eerste Ibexen, of Nubische steenbokken, laten zich bewonderen. Jonge dieren zijn het nog en twee ervan dagen elkaar uit, springend met de voorpoten hoog in de lucht. Even blijven ze staan, kijken de bezoekers aan en verdwijnen dan soepel springend tussen de rotsen. In 1978 werd in Mujib reserve een fokprogramma opgestart om de Ibexen te behouden voor het reservaat. Met succes, het programma is inmiddels stopgezet want de populatie houdt zichzelf in stand. De grootste kans om de dieren te zien is ’s morgens vroeg.
Dobberen in de Dode Zee
De vroege ochtend is sowieso de beste tijd om te wandelen want het kan zelfs in de winter nog behoorlijk warm worden, blijkt. Drie uur en vele indrukken later komen we uit bij de weg met aan de overkant de Dode Zee. De beloning. Het heldere, turkoois water met een wit zoutrandje langs de oever ziet er verleidelijk uit. Mmm, dit is lekker relaxen. Even later drijf ik in de Dode Zee met een reisgidsje erbij ter voorbereiding op de volgende bestemming. Dat is het grote voordeel van dit superzoute water: het fungeert als een soort luchtbed. Dit heb ik verdiend na de prachtige wandeling in Mujib reserve. Dat is trouwens een van de zes natuurreservaten in Jordanië én het laagst gelegen natuurreservaat ter wereld.
Luxe relaxen aan de Dode Zee
Een fijne plek om te drijven in de Dode Zee is bij Oh Beach, een beach resort met loungebedjes onder groene parasols, enkele restaurants, een spa en een enorme infinity pool. Plus een tweede zwembad gevuld met het Dode Zee water, Maar er loopt ook een trap naar het strand voor wie echt in de Dode Zee wil drijven. Een unieke ervaring. Iets noordelijker, bij het Holiday Inn Resort, staan grote potten met modder uit de Dode Zee op het strand. Schijnt fantastisch voor de huid te zijn. Een peuter smeert de voeten van haar moeder in. Samen spoelen ze het goedje even later in zee af.
Vijfsterren café in Jordanië
De rit van Mujib Reserve naar Dana Reserve gaat door een indrukwekkend landschap. Het landschap aan weerszijden van de weg is droog, dor en bergachtig, slechts hier een daar is een beetje groen te ontdekken. Onze gids belooft een vijfsterren café waar we iets kunnen drinken. Het blijkt een mini-huisje met de naam Bakarat (zegening) te zijn aan de kant van de weg waar de bewoner in zijn keuken annex woonkamer annex slaapkamer koffie en thee bereidt die hij serveert op het terras. Desondanks zijn de vijf sterren verdiend, voor de vriendelijke ontvangst, de lekkere thee en het onovertroffen uitzicht. De twee katten en de hond laten zich gewillig aaien, gewend als ze zijn aan bezoekers.
Meer dan welkom in Dana
Bijna ongemerkt arriveren we in Dana. De stad gaat volledig in het landschap op, pas bij een tweede keer kijken vallen de zandkleurige huizen en de moskee op. Hier zijn de mensen al even vriendelijk. Het motto van Dana Reserve is: helping nature, helping people. Een mooi uitgangspunt want je kunt een gebied wel tot beschermd verklaren, zoals zo’n 30 jaar geleden gebeurde, maar wat te doen met de mensen die er jaagden, hun dieren lieten grazen et cetera. Besloten werd een deel van het grote gebied gecontroleerd te laten begrazen en verder werden bewoners opgeleid tot ranger, kregen werk in een guesthouses en restaurants en er werden projecten opgestart om lokale producten te maken die in het winkeltje bij Dana Guesthouse worden verkocht.
Wandelen in Dana Reserve
Dagenlang kun je wandelen in deze ketting van bergen en valleien maar daar hebben we bij het plannen van de reis helaas geen rekening mee gehouden. Een halve dag hebben we, en daar weet Achmed – zestiger, bruine ogen, roodwit geblokte doek rond het hoofd gedrapeerd, veel lachrimpels – wel raad mee. Hij zet er de pas in maar stopt ook geregeld om een stroom van informatie over ons uit te storten. Hij laat van granaatappels proeven en legt uit hoe je van een eikeltje en een stokje een tol kunt maken, zoals hij ooit van zijn vader leerde.
Mistletoe in Jordanië
Achmed raast onverminderd voort. Hij wijst de walnootboom en bramenstruiken aan, knielt bij de Jordaanse variant op de Nederlandse tulp, raapt wat stekels van een stekelvarken van de grond, roept naar ezeltjes die inderdaad tevoorschijn komen en wijst op fazanten op de vlucht voor een roofvogel. Intussen trotseert hij smalle bergpaadjes alsof hij achttien is en probeert dansend onder de mistletoe een zoen van een van de aanwezige dames te krijgen. Die hem slechts vriendelijk toelachen.
Kookles bij Petra Kitchen
Petra, we zijn er. Het is weliswaar avond en het complex is gesloten, maar morgenochtend om zes uur is het zover, dan gaat het hek open. Voor de avond hebben we een kookles bij Petra Kitchen geboekt. Aan grote tafels snijden we komkommers en tomaatjes fijn, hakken peterselie, huilen in groepsverband tijdens het snijden van de uien en proeven stiekem een blaadje verse munt. Iedere tafel bereidt de ingrediënten van een gerecht, de echte koks doen het moeilijke werk: het toevoegen van de kruiden en het eigenlijke koken.
Zelfgekookte maaltijd
Twee uur later zijn de tafels schoongemaakt en sfeervol gedekt en wordt het eten opgediend. Te beginnen met shourbat adas, een verrassend smakelijke linzensoep, dan mezzes zoals baba ganuj (van o.m. aubergine) en tabbouleh (met o.m. tomaten en veel peterselie), gevolgd door araies lahma, een bedoeïenen pizza met een verrukkelijke tomatensaus en het hoofdgerecht is suniyat dijaj, kip uit de oven. We krijgen de recepten mee, zie dat thuis nog maar eens na te maken.
Op weg naar wereldwonder Petra
Na een korte nacht is het dan eindelijk zover. De verborgen stad van de Nabateeërs werd pas in 1812 ontdekt door de Zwitser Jean Louis Burckhardt. Wat een ongelooflijke verrassing moet dat geweest zijn. Nog altijd eigenlijk, ook al weet iedere bezoeker wat hij kan verwachten. Voor de stad zich prijsgeeft, moet je namelijk door de siq, een prachtige kloof van golvende rotsen van soms 200 meter hoog die langzaam roder en roder worden. Dan is de kloof weer wat wijder, dan supersmal, net breed genoeg voor de paard en wagens die ouderen, mindervaliden en gezinnen met kleine kinderen naar de schatkamer brengen.
Bewonder het wereldwonder
De golvende muren van 200 meter hoog leiden naar de Al Khazneh, de bekendste graftombe, en dat blijkt slechts één van de hoogtepunten van deze imponerende stad. Onderweg passeren we enkele restanten van beelden van kamelen en kamelendrijvers, een teken dat handelaren vroeger over dezelfde weg liepen. Overstromingen hebben het zachte gesteente grotendeels weg geschuurd, dat geld ook voor het plaveisel dat slechts hier en daar nog te zien is.
Oog in oog met Al Khazneh
Na ruim een kilometer is er opeens een sneak preview van Al Khazneh, de bekendste graftombe, en dan is er eindelijk het wereldwonder in volle glorie. Ruim veertig meter hoog en dertig meter breed. Grotendeels in oorspronkelijke staat omdat het zo gebouwd is dat water en wind de façade niet zouden beschadigen. De weg leidt verder langs grotwoningen met diverse verdiepingen. Een stenen trap leidt naar een hoger gelegen gebedsruimte en weer een stukje verder ligt het amfitheater.
De onontdekte geheimen van Petra
En dit allemaal is pas een klein stukje van de oorspronkelijke stad Petra. Slechts 20% is blootgelegd, schat men. Wie minimaal een hele dag heeft, kan nog naar het klooster klimmen via een eindeloos lijkende trap van 900 treden. Een mooie beloning zo rond zonsondergang. Zelfs zomaar even een grot in lopen loont de moeite want de verschillende kleuren gesteente in dit berggebied vormen soms een prachtig natuurlijk kunstwerk in de vorm van een vlammend rood plafond, gestreepte pilaren en muren in geel, rood, blauw en wit.
Sprookjeswoestijn in roodtinten
In de schaduw goudgele rotsen staan zwart-wit gestreepte tenten gemaakt van geitenhaar. Waterpijprokende mannen zittend rond een kampvuur vlakbij de ingang van Captain’s Desert Camp en begroeten de gasten. Wat een sprookjeslocatie. Een jongen in witte djellaba leidt ons naar ons onderkomen voor de nacht met daarin een comfortabel bed en een lampje dat slechts enkele uren per avond brandt. Er zijn kaarsjes om ook ’s nachts je weg te vinden. Maar eerst is er een tocht per jeep bij zonsondergang door de magische wereld van de woestijn Wadi Rum, ooit decor voor de film Lawrence of Arabia.
Slapen bij de bedoeïenen
Naarmate de zon verder zakt, kleuren de zandduinen en de rotsen dieper rood. Een groepje mensen op kamelen sjokt voorbij, er zijn wandelaars en zomaar in de leegte staat een klein tentje met enkele kamelen ernaast, het onderkomen van bedoeïenen. Ons diner komt deze avond uit de grond: urenlang heeft de goed ingepakte maaltijd op kooltjes onder de grond gestoomd. Pure smaken onder een heldere sterrenhemel.
Zonsopgang in Wadi Rum woestijn
’s Morgens vroeg gaat de wekker om ook de zonsopgang mee te maken. In het donker loop ik de woestijn in, de stilte tegemoet. Heerlijk om je heel even alleen op de wereld te wanen. De zon stelt niet teleur, een intens gele bol komt langzaam boven de zwarte bergen uit. Achter me kleuren de rotsen dieprood. Teruglopend naar het kamp passeer ik enkele bedoeïenen. Ook zij zijn al op, hun kamelen hebben honger en moeten zo waarschijnlijk op pad voor een tocht door de woestijn. In Captain’s Camp maken de duiven in kleine holen in de rotsen de ‘langslapers’ wakker met hun gekoer. Een eenvoudig maar smaakvol ontbijt van brood, geitenkaas, tomaat en komkommer met een kop sterke oploskoffie is vandaag het perfecte ontbijt. Dan is het gedaan met de rust.
Afscheid in Amman
We rijden in enkele uren naar de hoofdstad Amman en maken we nog even kennis met het dagelijkse leven in de stad, de winkels en bazaars, de barretjes met waterpijp rokende mannen, de moskeeën en als afsluiter een heerlijk falafeltentje waar soms zelfs koninklijke gasten aanschuiven. Een aanrader, Jordanië.
Ook naar Jordanië?
- Beste reistijd: maart t/m mei en oktober/november zijn de beste reismaanden. In de winter kan het zeker in de bergachtige regio’s erg koud zijn, in de zomermaanden juist erg warm.
- Wie wel en wie niet: Wie natuurwandelingen wil maken, moet over een redelijke conditie beschikken. Het is vaak warm en de paden zijn rotsachtig en in de bergachtige gebieden zijn er natuurlijk hoogteverschillen. Ook een bezoek aan Petra betekent veel lopen, maar er hoeven niet per se trappen beklommen te worden om te genieten van de stad.
- Bij het informatiecentrum van Mujib Reserve zijn wandelingen met gidsen te boeken, entree tot het reservaat en de drie uur durende Ibextour is 24 dinar, ongeveer 24 euro p.p.
De woestijn in Jordanie deed me denke aan de woestijnreis in Egypte die ik ooit maakte. Wat was dat bijzonder, vijf dagen weg van de bewoonde wereld met steeds een anders stuk woestijn.